Berekening relatief lekverlies bij wijziging koelmiddelinhoud

Voor koelinstallaties die meer dan 5 ton CO2-equivalenten F-gassen bevatten, moet na elke bijvulling het relatief lekverlies worden berekend en genoteerd in het logboek van de installatie. Het relatief lekverlies wordt immers bekomen aan de hand van bijvullingen met koelmiddel die aan een systeem in een bepaald kalenderjaar worden toegevoegd ten opzichte van de nominale koelmiddelinhoud. Hoe moet het relatief lekverlies, na een ombouw van de koelinstallatie, worden berekend als de nominale koelmiddelinhoud door die ombouw is gewijzigd?  
 

Het relatief lekverlies wordt in het Vlarem als volgt gedefinieerd:

“relatief lekverlies”: de fractie van de nominale koelmiddelinhoud die ten gevolge van emissies over een kalenderjaar in de volledige installatie verloren werd, in verhouding tot de nominale
koelmiddelinhoud. Het relatief lekverlies wordt berekend aan de hand van de hoeveelheden
koelmiddel die aan een systeem worden toegevoegd. Het relatief lekverlies wordt bepaald via de
volgende formule:

L = (B/N) x 100%, waarbij:

1° L: relatief lekverlies;
2° B: som van alle bijvullingen gedurende een kalenderjaar (kg);
3° N: nominale koelmiddelinhoud van de koelinstallatie (kg).

Wanneer de nominale koelinhoud wijzigt na een aanpassing of ombouw van de installatie, bijvoorbeeld bij een vervanging van het een koelmiddel of door een wijziging aan de koelbehoefte,  dan wordt na de ombouw het relatief lekverlies berekend aan de hand van de gewijzigde koelmiddelinhoud. 

Als er in het kalenderjaar van de ombouw bijvullingen zijn geweest voor de ombouw, dan wordt het relatief lekverlies voor de ombouw berekend (met de oude nominale koelmiddelinhoud). Wanneer er na de ombouw zich ook lekken zouden voordoen en bijvullingen nodig zijn, dan moet het relatief lekverlies na de ombouw berekend worden met enkel die bijvullingen die dateren van na de ombouw en ten opzichte van de gewijzigde koelmiddelinhoud.

Aanvullende opmerking: 

Bij de berekening van het relatief lekverlies wordt ook het lekverlies meegerekend bij onvolledige terugwinning van het koelmiddel. Wanneer bv. bij een ombouw van een installatie maar 80% van de oorspronkelijke nominale koelmiddelinhoud uit een koelinstallatie wordt terug gewonnen, dan is er een relatief lekverlies is van 20%.

Rekenvoorbeeld: 

Een koelinstallatie heeft een nominale koelmiddelinhoud van 20 kg. In 2018 werd bij controle een lek vastgesteld en 3 kg koelmiddel werd toegevoegd. Het relatieve lekverlies in 2018 bedroeg: 3kg/20 kg * 100 = 15%

In 2019 worden opnieuw problemen aan de installatie vastgesteld. De installatie wordt geledigd, er wordt slechts 15 kg gerecupereerd. Na ombouw naar een ander koelmiddel bedraagt de nominale koelmiddelinhoud 18 kg. Bij een controle later op het jaar wordt een klein lekje vastgesteld en wordt 1 kg koelmiddel toegevoegd.

In 2019 bedroeg het relatief lekverlies voor de ombouw bijgevolg: (20 kg – 15 kg)/20 kg * 100 = 25%
Na de ombouw bedroeg het lekverlies: 1kg/18 kg *100 = 5,6%

Beide relatieve lekverliezen voor 2019 moeten in het logboek worden genoteerd.

Opgelet: wanneer in 2020 door voortdurende problemen de lekkage aan de installatie hoger zou zijn dan 10%, dan is er twee opeenvolgende kalenderjaren een lekkage van meer dan 10% vastgesteld, zelfs al de lekkage in 2019 kleiner dan 10% na de ombouw. In dat geval moet de installatie buiten dienst worden gesteld of moet een afwijkingsaanvraag op deze regel worden aangevraagd. 

Lees meer

Contacteer ons
Team F-gassen