Overzicht van de installatie-eisen

Er zijn installatie-eisen voor:

Verwarming

Installatie Minimale eisen

Ketels (gasvormige en vloeibare brandstof)

Het verwarmingssysteem met de ketel dient een minimale systeemefficiëntie te halen. Dat systeemrendement wordt bepaald op basis van het ketelrendement en een aantal eigenschappen van de installatie zoals de ontwerpretourtemperatuur, de isolatie van de leidingen, de regeling van de ketel, de monitoring, …

Elektrische warmtepompen

Het verwarmingssysteem met de warmtepomp dient een minimale systeemefficiëntie te halen. Dat systeemrendement wordt bepaald op basis van het rendement van de warmtepomp en een aantal eigenschappen van de installatie zoals de ontwerpretourtemperatuur, de isolatie van de leidingen, de regeling van de ketel, de monitoring, …

Direct elektrische verwarming

De installatie heeft een maximaal elektrisch vermogen. Het totale afgiftevermogen bedraagt maximaal 15 W per m² bruikbare oppervlakte van het te renoveren gebouw of nieuwe gebouwdeel.

Externe warmtelevering Vanaf de begrenzing van het systeem van externe warmtelevering, gelden er installatie-eisen die worden afgetoetst aan de hand van een minimale systeemfactor. Die wordt bepaald op basis van een minimale isolatie van de warmtewisselaar, isolatie van leidingen, regeling van de kamertemperatuur per zone, …
Alle andere opwekkers Onder “alle andere opwekkers” vallen onder andere: elektrische dx en/of dc warmtepompen, elektrische warmtepompen op waterlus en riothermie, gassorptiewarmtepompen,  warmtepompen met gasaangedreven motor, restwarmte, ketels op vaste brandstoffen , WKK installaties, …. Voor deze opwekkers wordt het rendement van de warmteopwekker zelf niet meegenomen in de beoordeling van de installatie-eisen. Het verwarmingssysteem wordt enkel beoordeeld op basis van een systeemfactor die beoordeelt of het verwarmingssysteem adequaat gedimensioneerd, geïnstalleerd, afgesteld en gecontroleerd is.

Merk op:

  • Als bij een centraal verwarmingssysteem meerdere warmteopwekkers zijn aangesloten op eenzelfde watercircuit, moet u enkel rekening houden met  de preferente opwekker.
  • Een groep van identieke warmteopwekkers moet u gezamenlijk als één warmteopwekker bekijken.
  • Bij de combinatie van plaatselijke verwarming en centrale verwarming, moeten beide systemen voldoen aan de installatie-eisen.

Sanitair warm water

Installatie Minimale eisen

Elektrische boilers en doorstromers

De warmwaterproductietoestellen hebben een maximaal elektrisch vermogen. Het maximaal vermogen wordt bepaald in functie van de oppervlakte van het gebouw.

Circulatieleidingen en combilus

Circulatieleidingen en combilus leidingen moeten verplicht worden geïsoleerd.

Ventilatiesystemen

Installatie Minimale eisen

Ventilatiesysteem B

Een nieuw geplaatst of gewijzigd ventilatiesysteem met mechanische toevoer en natuurlijke afvoer dient minimum in één energiebesparende maatregel te voorzien om zo een voldoende systeemfactor te bekomen.
Ventilatiesysteem C Een nieuw geplaatst of gewijzigd ventilatiesysteem met natuurlijke toevoer en mechanische afvoer dient minimum in één energiebesparende maatregel te voorzien om zo een voldoende systeemfactor te bekomen.
Ventilatiesysteem D Een nieuw geplaatst of gewijzigd ventilatiesysteem met mechanische toevoer en mechanische afvoer dient minimum in één energiebesparende maatregel te voorzien om zo een voldoende systeemfactor te bekomen. Een centraal ventilatiesysteem D moet bovendien voorzien zijn van een warmteterugwinapparaat.

Koeling

Installatie Minimale eisen

Ijswatersystemen

Het koelsysteem met een ijswatermachine dient een minimale systeemefficiëntie te halen. Dat systeemrendement wordt bepaald op basis van het rendement van de ijswatermachine en een aantal eigenschappen van de installatie zoals de isolatie van de leidingen, de regeling van de ijswatermachine, de monitoring, …

Verlichting (enkel voor niet-residentiële gebouwen)

Installatie Minimale eisen

Vaste verlichtingstoestellen (aan plafond, muur en vloer)

Per ruimte geldt een maximaal equivalent specifiek geïnstalleerd vermogen. Dat maximaal vermogen is afhankelijk van het type ruimte. Bij het aftoetsen van de eis wordt het werkelijke geïnstalleerde specifiek vermogen gecorrigeerd in functie van aanwezigheidsdetectie, daglichtsturing en/of dimmen.

Merk op:

In de beleidsvoorbereidende studie zijn opties overwogen om ook het visuele comfort in rekening te brengen. Die bleken echter niet haalbaar om te gebruiken in een wetgevend kader (te ingewikkeld of niet handhaafbaar). Het feit dat het visuele comfort niet opgenomen is als eis, ontslaat de ontwerper niet van zijn verantwoordelijkheid om te voldoen aan de gangbare normen. Het niveau van de vermogenseis is zodanig gekozen dat een correct ontwerp vlot aan de eis voldoet zonder in te boeten op het visuele comfort. Enkel minder doordachte en energie-verslindende ontwerpen worden geweerd.

Richtlijnen rond visueel comfort zijn terug te vinden in de norm voor werkplekverlichting NBN EN12464-1. Daarin worden onder andere de minimale verlichtingssterktes opgegeven voor elk type werkplek. Die norm wordt ook aangehaald in de Basiseisen voor Arbeidsplaatsen.

Geldig voor aanvragen vanaf 01/01/22