Plaatselijke ventilatoren

Het gebruik van plaatselijke ventilatoren

Tijdens werfcontroles stelt het VEA vast dat in natte ruimten vaak gebruik gemaakt wordt van plaatselijke ventilatoren, die courant in de handel verkrijgbaar zijn. Plaatselijke ventilatoren hebben de volgende kenmerken:

  • Vaste roosters worden ‘esthetisch’ gecombineerd met een ventilator.
  • De ventilator wordt vaak bediend via een (licht)schakelaar.
  • De ventilator beschikt al dan niet over een voldoende instelbare nalooptijd.

Afhankelijk van het type ventilatiesysteem zijn plaatselijke ventilatoren toegelaten, eventueel met bijkomende voorwaarden.

Ventilator met nalooptijd

Als men een ventilator met nalooptijd gebruikt, mag er afgeweken worden van de eisen voor een hoofdzakelijk verticaal afvoerkanaal en kanalenuitmonding boven het dak die gelden bij natuurlijke afvoer. Bij een ventilator met nalooptijd is een horizontaal afvoerkanaal door de muur toegestaan. Andere eisen aan die afvoeropeningen en -kanalen blijven behouden.

Ingave in de software

Werken met afzonderlijke ventilatoren in natte ruimten betekent niet dat verschillende ventilatiesystemen gecombineerd worden. Die situatie wordt in de EPB-software ingevuld als een ventilatiesysteem A of B (afhankelijk van hoe de toevoer gebeurt: respectievelijk natuurlijk of mechanisch). Het vermogen van de ventilatoren moet niet worden opgegeven: de plaatselijke ventilatoren draaien niet continu en hun energieverbruik wordt niet meegeteld bij de E-peilberekening.

Geldig voor alle aanvragen