Combilus: invoer in de software (huidig)

EPB-software 3G

In de EPB-software 3G is de rekenmethode voor de combilus geïntegreerd. 

Deze figuur geeft aan hoe u een combilus ingeeft in de EPB-software volgens stap 1 en 2 beschreven in het stappenplan.

1. Maak een nieuw primair verdeelsysteem van het type ‘Combilus’ aan in het menu ‘Technische installaties’.

2. Geef het verdeelsysteem een naam en vul alle nodige gegevens in:

  • als de combilus alleen gedurende de wintermaanden wordt gebruikt, geeft u dit in door op de vraag ‘dit systeem is in werking gedurende het ganse jaar’ ‘nee’ in te vullen.
  • de factor fctrl die de invloed van sturing inrekent, wordt bepaald op basis van de invoer bij 'type combilus'. Welke waarden mogelijk zijn voor fctrl kunt u vinden bij ‘invloedsfactoren combilusrendement’.
  • duid aan of er tappunten aanwezig zijn buiten de (E-peil plichtige) EPB-eenheden van het project. Als dergelijke tappunten aanwezig zijn, geeft u de gegevens daarover in het tabblad 'Buiten EPB' in.
Deze figuur geeft aan hoe u een combilus ingeeft in de EPB-software volgens stap 3, 4, 5, 6 en 7 beschreven in het stappenplan.

3. Ga naar het tabblad 'Opwekkers' en selecteer de opwekker(s) die verbonden is (zijn) met het verdeelsysteem.

4. Ga naar het tabblad 'Segmenten' en voer de nodige gegevens in. Als er kraanwerkelementen aanwezig zijn, geeft u deze hier ook in.

Tip: de gemeenschappelijke leidingen van de combilus tot aan de substations geeft u in bij het primaire verdeelsysteem. Vervolgens maakt u secundaire verdeelsystemen aan per EPB-eenheid die aan de combilus gekoppeld is.

5. Ga naar het tabblad 'Circulatiepompen' en voer alle circulatiepompen in.

6. Ga naar het tabblad 'Buffervat' en voer de nodige gegevens over het opslagsysteem in.

7. Ga naar het tabblad 'Secundaire verdeelsystemen' en maak de nodige secundaire verdeelsystemen aan.

Let op: om een combilussysteem te kunnen verbinden met een EPB-eenheid/energiesector, moet u steeds eerst een secundair verdeelsysteem aanmaken.

Deze figuur geeft aan hoe u een combilus ingeeft in de EPB-software volgens stap 8 en 9 beschreven in het stappenplan.

8. Ga naar het betreffende secundaire verdeelsysteem, geef het een naam en duid het type aan.

9. Geef eerst alle gegevens in over de verwarmingskring:

  • bij ‘Type’ geeft u aan hoe de warmte wordt afgeleverd aan de EPB-eenheid/energiesector. U kunt kiezen tussen ‘Opslagvat’ (satellietboiler) of ‘Warmtewisselaar’(afleverset). Als het gaat om een warmtewisselaar moet u nog bijkomende gegevens invullen over de isolatie van de afleverset.
  • ga naar het tabblad 'Segmenten', en voer de nodige gegevens in, afhankelijk van de gekozen berekeningswijze.
  • ga naar het tabblad 'Circulatiepompen' en voer alle circulatiepompen in.
  • ga naar het tabblad 'Energiesectoren' en koppel alle energiesectoren die verbonden zijn met het verdeelsysteem.
Deze figuur geeft aan hoe u een combilus ingeeft in de EPB-software volgens stap 10 beschreven in het stappenplan.

10. Geef vervolgens alle gegevens in over de kring voor sanitair warm water.

Tips:

  • in de knoop ‘Verwarming’ van de verbonden energiesectoren zult u een overzicht vinden van de gekoppelde opwekker(s). In het tabblad ‘Afgiftesysteem’ vult u nog de gegevens van het afgiftesysteem aan.
  • in de knoop ‘Sanitair warm water’ van de verbonden EPB-eenheden zult u een overzicht vinden van de gekoppelde opwekker(s). In het tabblad ‘Tappunten’ vult u nog de gegevens over de tappunten voor sanitair warm water aan.

Speciaal geval: warmtepomp met weerstand

Normaal zorgt steeds eenzelfde (combinatie van) opwekker(s) voor de productie van ruimteverwarming (RV) en sanitair warm water (SWW) bij een combilus. Bij een warmtepomp met geïntegreerde weerstand als opwekker is dat niet altijd het geval. 

De voorwaarden voor Ecodesign verschillen voor ruimteverwarming en sanitair warm water. Hierdoor is het mogelijk dat de weerstand als aparte opwekker moet ingevoerd worden voor één van de functies (SWW of RV) en niet voor de andere.

Bijvoorbeeld:

De warmtepomp valt onder Ecodesign voor ruimteverwarming en voor sanitair warm water. Bij ruimteverwarming moet u de weerstand in dat geval niet invoeren als aparte opwekker. Bij de testgegevens voor warmwateropwekking werd de weerstand niet ingeschakeld. Voor SWW moet u de weerstand dus wél als aparte opwekker invoeren. U gaat daarvoor als volgt te werk:

screenshot: warmtepomp met weerstand invoeren in de software

1. Maak een opwekker aan voor de warmtepomp. Vink tabbladen ‘verwarming’ en ‘koeling’ aan en vul ze in.

screenshot: warmtepomp met weerstand invoeren in de software

2. Maak een opwekker aan voor de weerstand. Vink alleen het tabblad aan voor de functie waar de weerstand als aparte opwekker wordt ingegeven. Bij het voorbeeld van hierboven is dit het tabblad voor SWW.

screenshot: warmtepomp met weerstand invoeren in de EPB-software 3. Maak een combilus aan en koppel warmtepomp en weerstand eraan. Vul de verdere gegevens van de combilus in.

 Merk op:

De rekenmethode voor de combilus werd aangepast, om deze invoer mogelijk te maken. Door deze wijziging wordt in de resultaten geen onderscheid meer gemaakt tussen het eindenergiebehoefte van de preferente en niet-preferente opwekker bij een combilus.