‘Vanaf 2021 geen aardgasaansluitingen meer bij nieuwe grote projecten.’ Wat houdt dat concreet in?

Tegen 2050 willen we in Vlaanderen zo weinig mogelijk fossiele brandstoffen gebruiken om onze woningen te verwarmen. 

Voor aardgasaansluitingen betekent dat vanaf 2021 concreet, dat een aardgasdistributiebeheerder geen aardgasaansluiting meer mag voorzien bij:

•    nieuwe grote verkavelingen, waarvan de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden vanaf 1 januari 2021 is aangevraagd,
•    nieuwe grote appartementsgebouwen, waarvan de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is aangevraagd vanaf 1 januari 2021,
•    nieuwe grote groepswoningbouwprojecten, waarvan de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is aangevraagd vanaf 1 januari 2021,

behalve als het aardgas gebruikt wordt als bijverwarming in combinatie met een hernieuwbaar energiesysteem dat de hoofdverwarming vormt, of als het aardgas gebruikt wordt voor collectieve verwarming via warmtekrachtkoppeling. 

Het is immers de bedoeling om in nieuwe grote projecten enkel nog efficiënte energiesystemen te plaatsen (individuele of collectieve), waarvoor geen aardgasaansluiting nodig is. Denk daarbij aan warmtepompen, individuele of collectieve biomassaketels, thermische zonne-energie, systemen op restwarmte,…. 

Wat zijn ‘nieuwe grote verkavelingen’ en ‘nieuwe grote groepswoningbouwprojecten’?

Voor een groepswoningbouwproject moet men een omgevingsvergunning aanvragen, en geen verkavelingsvergunning. We noemen nieuwe verkavelingen en groepswoningbouwprojecten ‘groot’ als:

  • ofwel de aanvraag meerdere gebouwen omvat en de som van het aantal woningen en niet-residentiële gebouwen minstens gelijk is aan 25,
  • en/of de te bebouwen grond een oppervlakte heeft van tenminste 1 hectare.

Ook als een project van een verkavelaar of bouwheer aansluit op een ander project dat door dezelfde verkavelaar of bouwheer wordt ontwikkeld, en die projecten samen een oppervlakte hebben van meer dan 1 hectare of samen 25 of meer woningen en niet-residentiële gebouwen omvatten, spreken we van een ‘nieuwe grote verkaveling of groepswoningbouw’. Deze regel dient om te vermijden dat men een groot project opdeelt in kleinere projecten om het verbod te omzeilen.

De ontwikkeling van projecten van deze omvang gaat samen met het aanleggen van wegen. Omdat men op die moment beslist om een netuitbreiding voor aardgas te voorzien of niet, is het verbod vanaf 2021 op die grootte afgestemd.

Let op: voor verkavelings- en vergunningsaanvragen vanaf 1 januari 2022 spreken we al van ‘grote’ verkavelingen en groepswoningbouwprojecten als het gaat over 15 of meer woningen en niet-residentiële gebouwen.

Wat is een ’nieuw groot appartementsgebouw’?

Dat is in hoofdzaak een woongebouw dat 25 of meer gebouweenheden (wooneenheden en niet-residentiële eenheden) omvat. Per definitie is een 'gebouweenheid' de kleinste eenheid binnen een gebouw die voldoet aan alle volgende voorwaarden:

  • is geschikt voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden of is een gemeenschappelijk deel,
  • én wordt ontsloten via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde circulatieruimte,
  • én is in functioneel opzicht zelfstandig.

Ook als het project van een verkavelaar of bouwheer aansluit op een ander project dat door dezelfde verkavelaar of bouwheer wordt ontwikkeld en waarbij de projecten samen 25 of meer gebouweenheden bevatten, is een gasaansluiting niet meer toegelaten. 

Bij appartementsgebouwen met die omvang wordt het immers rendabel geacht om over te schakelen op een collectieve opwekking met hernieuwbare energie. 

Let op: voor verkavelings- en vergunningsaanvragen vanaf 1 januari 2022 spreken we sneller van ‘grote’ appartementsgebouwen, namelijk als het gaat over 15 of meer gebouweenheden.

In welke gevallen is de combinatie met een aardgasaansluiting nog toegelaten?

Het is de bedoeling om in nieuwe grote projecten enkel nog hernieuwbare energiesystemen (individuele of collectieve) en collectieve warmtekrachtkoppeling te plaatsen. 

Enkel voor collectieve bijverwarming en voor collectieve warmtekrachtkoppeling is het nog mogelijk om een aardgasaansluiting te voorzien. Collectieve bijverwarming kan enkel als voor de hoofdverwarming (dus minstens 85% van de bruto-energiebehoefte voor ruimteverwarming van elke woning, niet-residentieel gebouw of gebouweenheid binnen het project) één van de onderstaande hernieuwbare energiesystemen is toegepast: 

•    1° een elektrische warmtepomp die dient voor de collectieve verwarming van meerdere woningen, niet-residentiële gebouwen of gebouweenheden;
•    2°  een  aansluiting  op  een  systeem  van  externe  warmtelevering  waarvan  de  warmte minstens voor 45% uit hernieuwbare energiebronnen wordt geproduceerd;
•    3° een biomassaketel, een biomassakachel of een gebouwgebonden kwalitatieve WKK op biomassa, die  dienen  voor  de  collectieve  verwarming  van  meerdere woningen, niet-residentiële gebouwen of gebouweenheden. 

Regelgeving

Energiebesluit: artikel 3.1.62