Datum eerste toekenning

Als de aanvraag tijdig ingediend en vervolledigd werd, kunnen de eerste steuncertificaten toegekend worden vanaf de datum van het volledige keuringsverslag (datum plaatsbezoek). De datum eerste toekenning is opgenomen in de beslissing.

Installaties met een elektrisch of mechanisch nominaal vermogen ≤ 200 kW

Dien de aanvraag voor certificaten binnen het jaar na de AREI-keuringsverslag in. Als de aanvraag na deze termijn (maar binnen de drie jaar na indienstname) wordt ingediend, worden de certificaten toegekend vanaf de datum van de aanvraag tot toekenning van certificaten.

Nieuwe installatie < 3 jaar

Na de termijn van drie jaar na de indienstname van de installatie, kunnen geen certificaten voor de installatie aangevraagd worden.

Wetgeving

De eerste toekenning is beschreven in artikel 6.1.7.(groenestroomcertificaten) en artikel 6.2.7.(warmte-krachtcertificaten)

Artikel 6.1.7.

De groenestroomcertificaten worden maandelijks toegekend voor de elektriciteit, geproduceerd in een productie-installatie waarvoor een aanvraag tot toekenning van groenestroomcertificaten werd goedgekeurd.
Het aantal groenestroomcertificaten dat maandelijks wordt toegekend aan een installatie, wordt berekend door het Vlaams Energie-en Klimaatagentschap door de opgewekte elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen, uitgedrukt in MWh, te vermenigvuldigen met de voor die installatie vastgestelde bandingfactoren dit vervolgens op te tellen bij het eventuele overschot van de voorgaande maand. Het resultaat wordt naar beneden afgerond tot een geheel getal. Dit geheel getal is het aantal groenestroomcertificaten dat wordt toegekend. Het overschot, in MWh, bekomen door de afronding naar beneden van het resultaat van deze berekening tot een geheel aantal MWh, wordt overgedragen naar de volgende maand.

De eerste groenestroomcertificaten worden toegekend op basis van de elektriciteit die is geproduceerd vanaf de datum van het volledige keuringsverslag, vermeld in artikel 6.1.4. Aan installaties met een elektrisch nominaal vermogen uit hernieuwbare energiebronnen dat kleiner is of gelijk aan 200 kW, worden groenestroomcertificaten toegekend voor de elektriciteit die werd geproduceerd vanaf de datum van het verslag van het gelijkvormigheidsonderzoek of de controle van de technische installaties, vermeld in het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties, op voorwaarde dat de aanvraag, vermeld in artikel 6.1.2, wordt ontvangen binnen een jaar na de datum van het verslag. Als de aanvraag, vermeld in artikel 6.1.2., niet binnen die termijn wordt ontvangen, worden de groenestroomcertificaten toegekend voor de elektriciteit die werd geproduceerd vanaf de datum van de aanvraag tot toekenning van groenestroomcertificaten.

In afwijking van het vorige lid, worden, voor wat betreft de installaties die elektriciteit produceren uit zonne-energie, de eerste groenestroomcertificaten toegekend op basis van de elektriciteit die is geproduceerd vanaf de meterstand vermeld in het volledige verslag van het gelijkvormigheidsonderzoek of de controle van de technische installaties, vermeld in het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties, behoudens voor wat betreft de installaties die elektriciteit produceren uit zonne-energie, met een maximaal vermogen van de omvormer groter dan 10 kW, die hun eerste groenestroomcertificaten toegekend krijgen op basis van de elektriciteit die is geproduceerd vanaf de plaatsing van de productiemeter door de netbeheerder.

Artikel 6.2.7.

De warmtekrachtcertificaten worden maandelijks toegekend voor de warmtekrachtbesparing die gerealiseerd is in een warmtekrachtinstallatie waarvoor een aanvraag tot toekenning van warmtekrachtcertificaten werd goedgekeurd.
Het aantal warmte-krachtcertificaten dat maandelijks wordt toegekend aan een installatie, wordt berekend door het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap doorde primaire energiebesparing, uitgedrukt in MWh en gerealiseerd door gebruik te maken van een kwalitatieve warmtekrachtinstallatie ten opzichte van referentie-installaties, te vermenigvuldigen met de voor die installatie vastgestelde bandingfactor en dit vervolgens op te tellen bij het eventuele overschot van de voorgaande maand. Het resultaat wordt naar beneden afgerond tot een geheel getal. Dit geheel getal is het aantal warmtekrachtcertificaten dat wordt toegekend. Het overschot, in MWh, bekomen door de afronding naar beneden van het resultaat van deze berekening tot een geheel aantal MWh, wordt overgedragen naar de volgende maand.

De eerste warmtekrachtcertificaten worden toegekend op basis van de warmtekrachtbesparing die is gerealiseerd vanaf de datum van het volledige keuringsverslag. Aan warmtekrachtinstallaties met een elektrisch of mechanisch nominaal vermogen dat kleiner is of gelijk aan 200 kW, worden warmtekrachtcertificaten toegekend voor de warmtekrachtbesparing die werd gerealiseerd vanaf de datum van het verslag van het gelijkvormigheidsonderzoek of de controle van de technische installaties, vermeld in het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties, op voorwaarde dat  het Vlaams Energie-en Klimaatagentschap de aanvraag tot toekenning van warmtekrachtcertificaten aan deze installaties ontvangt binnen een jaar na de datum van het verslag. Als  het Vlaams Energie-en Klimaatagentschap de aanvraag niet binnen die termijn ontvangt, worden de warmtekrachtcertificaten toegekend voor de elektriciteit die werd geproduceerd vanaf de datum van de aanvraag tot toekenning van warmtekrachtcertificaten.