Toepassingsgebied van het EPC voor kleine niet-residentiële gebouwen

Winkel met bovenliggend appartement

Een gebouw bevat een winkel en een studio die alleen te bereiken is via de winkel. Aan dit gebouw is slechts één gebouweenheid-ID toegekend door het gebouwenregister, aangezien de studio geen eigen, afsluitbare toegang heeft en dus geen wooneenheid is. De winkel heeft een oppervlakte van 300 m² en een volume van 900 m³. De wooneenheid heeft een oppervlakte van 120 m² en een volume van 500 m³. Welk EPC moet opgemaakt worden?

kNR winkel  
  • De hoofdbestemming van de gebouweenheid is niet-residentieel (300 m² > 120 m²). De totale bruikbare vloeroppervlakte van de gebouweenheid bedraagt 420 m² < 500 m². Het betreft dus een kleine niet-residentiële eenheid. U maakt voor het hele gebouw een EPC op voor een kleine niet-residentiële eenheid.
Winkel in een winkelstraat

In een winkelstraat palen verschillende opeenvolgende winkels aan elkaar. Elke winkel heeft een eigen gebouw-ID. Moeten de opeenvolgende winkels meegenomen worden in het aaneengesloten niet-residentiële deel?

kNR winkelstraat  
  • Neen, het aaneengesloten niet-residentiële deel wordt bepaald binnen eenzelfde gebouw. Aangezien het hier gaat om verschillende gebouwen met elk een eigen gebouw-ID, worden de aanpalende winkels niet meegenomen in de bepaling van het aaneengesloten niet-residentiële deel.
Praktijkruimte met bovenliggend appartement

Een gebouw bevat een praktijkruimte waarboven een wooneenheid gelegen is. Elke eenheid heeft een eigen gebouweenheid-ID. De wooneenheid staat leeg.  Mag ik deze woonst samennemen met de praktijkruimte en één EPC voor een kleine niet-residentiële eenheid opstellen?

  • Neen. Per gebouweenheid wordt een EPC opgesteld. Er moeten dan ook twee aparte EPC’s opgemaakt worden: één voor het kantoor (EPC voor een kleine niet-residentiële eenheden) en één voor de wooneenheid (EPC residentieel).
Published on: 
05-05-2022