Combinatie van ventilatiesystemen (periode 2)

Om te vermijden dat twee verschillende ventilatiesystemen elkaar zouden beïnvloeden, mogen per wooneenheid (eengezinswoning, appartement, studio ...) verschillende ventilatiesystemen (A, B, C, D) niet worden gecombineerd. Als dat toch gebeurt, wordt enkel het debiet van het ventilatiesysteem dat het grootste aandeel van het minimaal vereiste debiet levert meegerekend voor het behalen van de minimaal vereiste debieten.

Voorbeeld

In een wooneenheid wordt een ventilatiesysteem D geïnstalleerd. Zowel de luchttoevoer in de droge ruimten als de luchtafvoer in de natte ruimten gebeurt mechanisch. Eén slaapkamer is echter moeilijk te bereiken met een ventilatietoevoerkanaal en wordt voorzien van natuurlijke toevoer via een regelbaar toevoerrooster. Daarbij leiden we af dat:

  • het preferente ventilatiesysteem een systeem D is.
  • de toevoer in de slaapkamer daarvan afwijkt. Bij de hygiënische ventilatie moet u bij die ene slaapkamer aanduiden dat de ventilatietoevoer nul is, aangezien die niet mechanisch wordt voorzien.

Opmerkingen

  • Dit geldt niet voor garages binnen het BV. Ook andere speciale ruimten zoals stookplaatsen, liftschachten, brandstofopslagruimten en leidingkokers, waarvoor geen EPB-eisen gelden, kunnen voorzien zijn van een ander ventilatiesysteem. Mogelijk is een verschillend systeem nodig om een dergelijke ruimte in overeenstemming te brengen met andere regelgeving of normen. Het advies blijft daarbij dat de binnendeuren tussen die ruimten en hallen of andere woonruimten voldoende luchtdicht moeten zijn.
  • In een appartementsgebouw, meergezinswoningbouw of een gebouw met serviceflats mogen in de verschillende wooneenheden verschillende ventilatiesystemen voorkomen op voorwaarde dat wederzijdse beïnvloeding van de ventilatiesystemen niet mogelijk is.