EPB-woordenboek

Een aantal definities ontleenden we van de website ‘Energiebewust ontwerpen’ van het Netwerk Architecten Vlaanderen (NAV).  Het NAV is niet verantwoordelijk voor eventuele fouten in deze definities.

A
B
C
D
E
F
G
H
I
L
M
N
O
P
R
S
T
V
W
Z
warmtepomp met twee luchtkanalen

Dat is een warmtepomp waarbij, gedurende het koelen of verwarmen, de inlaatlucht van de condensor (of verdamper) van buitenaf via een eerste kanaal naar de eenheid wordt gebracht en via een tweede kanaal naar buiten wordt afgevoerd. De warmtepomp is in zijn geheel in de muur van de te behandelen ruimte geplaatst.

Warmtewinst

Som van de zonnewinsten die via de transparante scheidingsconstructies het beschermd volume binnenkomen, en van de interne warmteproductie (bv. door de aanwezige apparatuur).

WKK

Voor EPB: Staat voor WarmteKrachtKoppeling. Het is de gecombineerde opwekking van elektriciteit en warmte (op het eigen perceel bekeken).

Zonneboiler

Dat is een apparaat dat via een collector (panelen) water opwarmt en opslaat in een opslagvat (boiler), om te gebruiken als warm tapwater.

Zonnetoetredingsfactor

Bij beglazing: de verhouding tussen de bezonningsstroom die door een beglazing naar binnen komt en de bezonningsstroom die op de beglazing invalt. Hoe hoger deze factor, hoe gemakkelijker de zonnestralen het gebouw binnendringen.

Zonnetransmissiefactor

Factor die aangeeft welke fractie van de hoeveelheid invallende zonnestraling effectief door een scheidingsconstructie (zoals beglazing of zonnewering) wordt doorgelaten.

Zwaarte

Ook effectieve thermische capaciteit of inertie genoemd. Een gebouw met veel massa (vb. stenen) heeft in het algemeen een hoge 'zwaarte'. Hierdoor zal de constructie warmte en koude opslaan in de gebouwmassa en die langzaam terug afgeven aan de binnenruimte.

Paginatypes