Gassorptiewarmtepomp: invoer in de software - RVW (periode 2)

De invoer van een gassorptiewarmtepomp voor ruimteverwarming verloopt in twee stappen.

  • Stap 1: bepaal of het toestel onder een Ecodesignverordening valt.
  • Stap 2: invoer van de eigenschappen van de warmtepomp die nodig zijn voor de berekening. Op basis van het resultaat van stap 1, kan de nodige invoer verschillen.

Om na te gaan of de warmtepomp onder een Ecodesignverordening (EU °813/2013) valt, moet u enkele algemene vragen beantwoorden in de software:

  • warmtebron en warmteafgiftemedium;
  • datum waarop het toestel op de markt werd gebracht: hiervoor kijkt u naar de productiedatum van het toestel;
  • vermogen van het toestel.
Op basis van deze vragen, bepaalt de software of het toestel onder een van de bovenvermelde verordeningen valt. Op basis van deze vragen, bepaalt de software of het toestel onder een van de bovenvermelde verordeningen valt. Er verschijnt een melding hierover in het blauw, zoals in de figuur.

De verdere invoer hangt af van het resultaat van stap 1:

  • voor warmtepompen die onder Ecodesign vallen, is er een uitgewerkt voorbeeld van de invoer in de software. Afhankelijk van de warmtebron en het type warmteafgiftemedium verschijnen nog enkele vragen om de correctiefactoren  voor het berekenen van de SGUEinst te bepalen. Standaard worden waarden bij ontstentenis van de correctiefactoren gebruikt.  Om tot betere resultaten te komen, kunt u ook werken met detailwaarden. 
    Meer informatie over deze correctiefactoren vindt u onder 'Rekenmethode voor ruimteverwarming'.
  • Voor warmtepompen die niet onder Ecodesign vallen en waarvoor er geen ATG-E beschikbaar is, wordt de waarde bij onstentenis voor het rendement gebruikt.
    Meer informatie over deze waarden bij ontstentenis vindt u onder 'Rekenmethode voor ruimteverwarming'.
  • Voor warmtepompen die niet onder Ecodesign vallen en waarvoor er een ATG-E beschikbaar is, geeft u de warmtepomp in als ‘ander type opwekker’ zoals uitgelegd bij periode 1.