Gebouwen (periode 2)

Definitie

Een project wordt opgesplitst in één of meerdere ‘gebouwen’. Een gebouw moet steeds één fysiek geheel vormen en bestaan uit slechts één aard van de werken.

Afspraken

  • Een project dat slechts één aard van de werken heeft, maar dat bestaat uit meerdere vrijstaande gebouwblokken, deelt u op in verschillende gebouwen: één per vrijstaande gebouwblok.
  • Een project waarin één bepaalde aard van de werken meerdere keren voorkomt en waarin de delen met dezelfde aard van de werken niet (allemaal) aan elkaar grenzen, deelt u op in verschillende gebouwen: één per aaneensluitend geheel met dezelfde aard van de werken.
  • Een project dat slechts één aard van de werken heeft maar dat bestaat uit meerdere onafhankelijk functionerende gebouwblokken, mag u opdelen in verschillende gebouwen: één per onafhankelijk functionerende gebouwblok.

Onafhankelijk functioneren

Richtlijn: twee gebouwdelen functioneren onafhankelijk van elkaar indien u de gebouwdelen als het ware in twee kan knippen en uit elkaar kan schuiven. Dit wil zeggen dat

  • men beide gebouwen van elkaar kan scheiden door middel van een verticaal scheidingsvlak.
    • Een ruimte binnen het beschermd volume mag niet in twee gesplitst worden door dit scheidingsvlak. Het scheidingsvlak valt m.a.w. steeds samen met een reële scheidingsconstructie.
    • Een ruimte buiten het beschermd volume mag wel in twee gesplitst worden door dit scheidingsvlak (bijvoorbeeld: gemeenschappelijk onverwarmde garages).
  • ieder deel van het bekomen gebouw moet toegankelijk zijn (bijvoorbeeld: een appartement op de tweede verdieping moet dus toegankelijk zijn zonder dat men het gebouw moet verlaten).

Merk op dat bovenstaande richtlijn niet limitatief is. Het geeft een idee wanneer een gebouw in twee moet worden gesplitst, maar is geen volledige opsomming.

Specifieke situaties

  • In het geval van aangrenzende woningen die elk op een apart perceel gelegen zijn, vormt elke woning steeds een apart gebouw.
  • Als er aan een bestaande constructie meerdere kleine uitbreidingen gebeuren die fysiek niet aan elkaar grenzen, moet er strikt genomen een gebouw per uitbreiding worden aangemaakt (bijvoorbeeld: woning wordt uitgebreid met meerdere dakkappellen). Dit zorgt voor heel wat extra invoerwerk. In zulke gevallen is het toegelaten alles in één gebouw samen te nemen, zolang er geen E-peil of K-peileis is.

In de EPB-software

Elk gebouw krijgt bij het invoeren in de software automatisch een code. Deze code bestaat uit de letter 'D' gevolgd door twee cijfers.