Ketel: invoergegevens EPB-software (huidig)

Rendement bij 30% deellast

Bij de invoer van het toestel in de EPB-software geeft de software aan of het toestel onder een Europese verordening valt of niet, via een blauwe melding.

  • Als de software aangeeft dat het toestel niet onder de Europese verordening (EU) n°813/2013 valt voor ruimteverwarming, geeft u hier het testrendement van het toestel bij 30% deellast in. Dit rendement moet bepaald zijn ten opzichte van de onderste verbrandingswaarde. Dit gegeven kan u terugvinden in een technische fiche van de ketel of opvragen bij de fabrikant.
  • Als het toestel onder de Europese verordening (EU) n°813/2013 valt voor ruimteverwarming, geeft u hier het nuttige rendement  bij 30% deellast (η1) volgens deze verordening in.
  • Als het toestel onder de Europese verordening (EU) n°2015/1189 valt voor ruimteverwarming, geeft u hier het nuttige rendement bij 30% of 50% deellast (η) volgens deze verordening in.

Het rendement volgens (EU) n°813/2013 of (EU) n°2015/1189 is bepaald ten opzichte van de bovenste verbrandingswaarde. Deze waarde vindt u terug op de technische fiche volgens de Europese verordening die van toepassing is.

Ketelinlaattemperatuur bij 30% deellasttest

De ketelinlaattemperatuur bij 30% deellasttest is de temperatuur waarbij het 30%-deellastrendement werd bepaald. Deze test hangt af van het feit of het toestel onder de Europese verordening (EU) n°813/2013 of  (EU) n°2015/1189  valt of niet.

Merk op: de ketelinlaattemperatuur bij 30%-deellasttest is niet hetzelfde als de ontwerpretourtemperatuur van het verwarmingssysteem in het project. Deze laatste is een projectgebonden gegeven, terwijl de ketelinlaattemperatuur bij 30%-deellasttest een productgegeven is.

Ontwerpretourtemperatuur

Meer informatie over de ontwerpvertrek- en ontwerpretourtemperatuur, vindt u bij afgifte.

Aanwezigheid van warmteopslag

Meer informatie wanneer u moet aangeven of er warmteopslag is, vindt u bij opslag.

Regeling die de ketel op temperatuur houdt

Dit is een regeling die de ketel permanent, dus ook gedurende periodes zonder warmtevraag, warm houdt. Een dergelijke regeling zorgt er voor dat de ketel niet onbeperkt kan afkoelen (uiteindelijk tot omgevingstemperatuur) tussen 2 branderbeurten in. Ook wanneer er een regeling aanwezig is die de keteltemperatuur wel laat dalen tot een lagere temperatuur maar die er wel voor zorgt dat deze lagere temperatuur behouden blijft en de keteltemperatuur dus nooit zakt naar omgevingstemperatuur, wordt beschouwd als een regeling die de ketel op temperatuur houdt. Wanneer u niet weet of de ketel een dergelijke regeling heeft, moet u er van uit gaan dat deze regeling aanwezig is en geeft u dit zo aan in de software.

Datum waarop het toestel in de handel werd gebracht

Vanaf de datum waarop een Europese wetgeving omtrent Ecodesign ingaat, mag een fabrikant geen toestellen meer mag fabriceren en verkopen die niet voldoen aan deze Europese verordening. De fabrikant mag wel nog toestellen verkopen die hij nog op stock had op deze datum.  Voor de datum waarop het toestel in de handel gebracht werd, neemt u dus de productiedatum van het toestel.

Toestel met apart opslagvat of externe warmtewisselaar

In de software moet u bij de invoer van een toestel voor warm tapwater aangeven of het toestel een apart opslagvat of een externe warmtewisselaar heeft. Welke mogelijkheden u hier kunt invoeren, vindt u bij opslag.