Het VPV bevat een gemeten elektrisch vermogen van de ventilatoren (hulpenergie)

In Rekenmethode - residentieel  kunt u meer informatie vinden over het inrekenen van hulpenergie voor ventilatie.

3 methoden voor de berekening van de hulpenergie

De hulpenergie voor ventilatoren kan op 3 verschillende manieren ingerekend worden: 

  • Methode 1: vereenvoudigde berekening. Dat komt overeen met een waarde bij ontstentenis. 
  • Methode 2: detailberekening, op basis van het geïnstalleerd elektrisch vermogen. Daarbij wordt het vermogen van de ventilator als een productgegeven ingevoerd. Als de ventilator in de productendatabank www.epbd.be is opgenomen, is dat vermogen daar vermeld en kan het automatisch worden geïmporteerd in de software. De software schat zelf een werkingspunt van de ventilator in.
  • Methode 3: detailberekening, op basis van het gemeten elektrisch vermogen. Het gaat dan om het vermogen dat overeenkomt met het reële werkingspunt. 

Tot nu toe is het niet verplicht om het elektrisch vermogen van ventilatoren effectief te meten. Als het vermogen wel is gemeten, is het evenmin verplicht om dat vermogen te rapporteren in de EPB-aangifte, alhoewel dat wel voor de hand ligt. Het is altijd toegestaan om de hulpenergie ventilatie in te rekenen volgens de vereenvoudigde berekening.

Methodes mengen mag niet

Methodes mengen mag echter niet: een gemeten vermogen mag u niet invoeren bij de methode ‘detailberekening, op basis van het geïnstalleerd vermogen’. Die methode mag u namelijk enkel toepassen:

  • bij de keuze van het toestel uit de productdatabank waarbij automatisch het juiste vermogen om te rekenen wordt ingevuld door de software,
  • of bij de keuze van een toestel op basis van een technische fiche waaruit de waarde van het geïnstalleerd vermogen is afgeleid.

Methode 3 kunt u enkel gebruiken als aan de voorwaarden voldaan is

Het is mogelijk dat men niet via ‘de methode van het gemeten vermogen’ mag rekenen omdat er niet voldaan is aan de beperkende voorwaarden voor het gebruik van die methode:

  • Die methode vereist volgens § 11.2.3.1. van Bijlage V bij het Energiebesluit dat de opgelegde maximale debietsverhouding tussen het representatieve werkingspunt en de nominale stand kleiner moet zijn dan 1. De software geeft daarvoor automatisch een waarschuwing als niet aan de voorwaarde voldaan is. 
    In dat geval moet voor een andere rapporteringsmethode worden gekozen. De gemeten waarde kan dan niet gebruikt worden. Het is ook mogelijk om de debietsverhouding te verkleinen door de balans van het ventilatiesysteem te verbeteren.
  • De gemeten debieten moeten in elke ruimte minstens even groot zijn als de geëiste debieten.  Zo niet, is rapportering via methode 1 of 2 vereist. 

Geldig voor:

  • aanvragen vanaf 01/01/16 én
  • aangiftes vanaf 01/07/17