Gebouwen met meerdere bestemmingen

Geldig vanaf 01/01/2022

Welk EPC of welke EPC's moeten opgemaakt worden bij gebouwen met zowel een woongedeelte als een niet-residentieel gedeelte of een klein niet-residentieel deel en een deel industrie?  Dit deel van de EPC-pedia wijst u de weg.

Raadpleeg ook de werkwijzen en voorbeelden in 

Aanpassing 2022: Stappenplan

STAP 1: IDENTIFICEER HET GEBOUW

STAP 2: IDENTIFIEER DE GEBOUWEENHEID

Ga na of de gebouwdelen 

  • zelfstandig functioneren
  • beschikken over een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde circulatieruimte

De feitelijke toestand wordt beoordeeld. Deze kan afwijken van de vergunde situatie.

Het apart verhuren of verkopen van een gebouwdeel betekent niet noodzakelijk dat dit gebouwdeel altijd een aparte gebouweenheid vormt. 

Per gebouweenheid moet een EPC opgemaakt worden.

STAP 3: BEPAAL DE HOOFDBESTEMMING

  • residentieel
  • niet-residentieel
  • industrie
  • landbouw

De hoofdbestemming bepaalt of er een EPC moet opgemaakt worden en welk EPC moet opgemaakt worden.

De feitelijke toestand wordt beoordeeld.

Het is mogelijk dat binnen éénzelfde gebouweenheid delen met verschillende bestemmingen voorkomen.  Dan wordt de hoofdbestemming bepaald op basis van de bruikbare vloeroppervlakte die elke bestemming inneemt in de eenheid, en dit volgens deze regels: 

  • Als gebouwdelen met de bestemming industrie meer dan 70% van de bruikbare vloeroppervlakte innemen, is de hoofdbestemming van de gebouweenheid industrie. 
  • In alle andere gevallen is de hoofdbestemming gelijk aan de bestemming met de grootste bruikbare vloeroppervlakte (en geen industrie is). 
  • Is de hoofdbestemming industrie of landbouw, dan kan er geen EPC opgemaakt worden.
  • Als er geen grootste bruikbare vloeroppervlakte bepaald kan worden en geen redelijke inschatting, is de hoofdbestemming niet-residentieel
  • Is er twijfel bij het bepalen van de hoofdbestemming, dan moet de hoofdbestemming ‘niet-residentieel’ genomen worden.

STAP 4A: HOOFDBESTEMMING RESIDENTIEEL

  • eengezinswoning
  • appartement
  • collectief woongebouw

Eén zorgwoning mag opgenomen worden in het EPC van de woning waaraan ze ondergeschikt is.

STAP 4B: HOOFDBESTEMMING NIET-RESIDENTIEEL

  • klein niet-residentieel
  • groot niet-residentieel

Een kleine niet-residentiële eenheid voldoet aan alle volgende voorwaarden

  • heeft een niet-residentiële (hoofd)bestemming
    • kantoor, handel, horeca, logeerfunctie, andere/onbekend
  • is klein: de bruikbare vloeroppervlakte van de gebouweenheid (BVO) ≤ 500 m² *
  • maakt geen deel uit van een groot niet-residentieel geheel: het aaneengesloten geheel van niet-residentiële gebouweenheden binnen hetzelfde gebouw waarvan de gebouweenheid deel uitmaakt, heeft een bruikbare vloeroppervlakte niet groter dan 1000 m² én bevat geen niet-residentiële eenheid groter dan 500 m²

Is er niet voldaan aan minstens één voorwaarde, dan betreft het een grote niet-residentiële eenheid.

* Bij de aftoetsing van de BVO wordt gekeken naar de gezamenlijke oppervlakte van alle bestemmingen die samen de gebouweenheid uitmaken (bijvoorbeeld een kantoor met ook een residentieel deel dat geen wooneenheid is of met een deel industrie).

Lees hier meer over de bepaling van het aaneengesloten geheel van niet-residentiële eenheden.

Published on: 
16-12-2021