Het EPC bij gebouwen met zowel een woongedeelte als een niet-residentieel gedeelte

WELK EPC MOET OPGEMAAKT WORDEN IN VOLGENDE SITUATIES?

geldig vanaf 01/06/2020

Handelsruimte met bovenliggend appartement zonder eigen afsluitbare toegang
  • Een gebouw met een handelsruimte op het gelijkvloers en een appartement op de eerste verdieping wordt te huur aangeboden. Het appartement is enkel te bereiken via de handelsruimte. Het appartement beschikt dus niet over een eigen afsluitbare toegang.

Er is dus maar één eenheid en één gebouweenheid-ID.

Er wordt bijgevolg één EPC opgemaakt voor het volledige gebouw (handelsruimte + appartement).

Welk EPC? Het op te maken EPC wordt bepaald door de hoofdbestemming van het gebouw. De hoofdbestemming wordt bepaald door het deel met de grootste bruikbare vloeroppervlakte.

Goed om weten: De aftoetsing gebeurt op de totale bruikbare vloeroppervlakte van het gebouw, dus van zowel het residentiële als het niet-residentiële deel.

  • Enkele voorbeelden:
    • appartement 200 m² en handelsruimte 150 m² --> hoofdbestemming = residentieel --> EPC residentieel voor het volledige gebouw
    • appartement 150 m² en handelsruimte 200 m² --> hoofdbestemming = niet-residentieel --> totale bruikbare vloeroppervlakte = 350 m² < 500 m² --> EPC voor kleine niet-residentiële eenheden voor het volledige gebouw
    • appartement 150 m² en handelsruimte 400 m² -> hoofdbestemming = niet-residentieel --> totale bruikbare vloeroppervlakte = 550 m² > 500 m² --> EPC voor grote niet-residentiële eenheden, maar dit kan momenteel nog niet opgemaakt worden, dus moet er voorlopig geen EPC opgesteld worden voor dit gebouw.

 

gebouweenheid
Handelsruimte met bovenliggend appartement met eigen afsluitbare toegang
  • Een gebouw met een bakker (450 m³ en  150 m²) en bovenliggend appartement (300 m ³ en 100 m²) wordt te koop aangeboden. Het appartement heeft een eigen afsluitbare toegang en een toegang tot de bakker.

Er zijn dus 2 eenheden en bijgevolg 2 gebouweenheid-ID's.

Er worden in principe 2 EPC's opgemaakt: een EPC residentieel voor het appartement en een EPC voor kleine niet-residentiële eenheden voor de bakker.

Als er echter voldaan is aan bepaalde voorwaarden, mag het appartement (de eenheid met het kleinste beschermde volume) worden geïntegreerd in het EPC van de bakker (de eenheid met het grootste beschermde volume).

  • Controle van de integratievoorwaarden (zie inspectieprotocol I.3.4):
    • ze worden samen verkocht --> ja
    • er is een rechtstreekse toegang tussen beide eenheden --> ja
    • de kleinste eenheid heeft een beschermd volume kleiner dan 800 m³ --> ja

Aangezien de bakker de eenheid is met het grootste beschermde volume, mogen de bakker en het appartement samengenomen worden in het EPC voor kleine niet-residentiële eenheden. Tenminste, als de bakker voldoet aan de definitie van een kleine niet-residentiële eenheid.

  • Controle van de definitie voor kleine niet-residentiële eenheden:

    • de bakker is functioneel zelfstandig en heeft een eigen afsluitbare toegang --> ja
    • de bruikbare vloeroppervlakte van de bakker kleiner dan 500 m² --> ja
    • de bruikbare vloeroppervlakte van het aaneengesloten niet-residentiële geheel is kleiner dan 1000 m² --> ja.

Goed om weten:  Bij de aftoetsing wordt gekeken naar de bruikbare vloeroppervlakte vóór het samennemen van de bakker met het appartement.

De bakker is dus een kleine niet-residentiële eenheid. Het appartement mag mee opgenomen worden in het EPC voor kleine niet-residentiële eenheden van de bakker, maar er mogen ook 2 EPC's opgesteld worden: een EPC residentieel voor het appartement en een EPC voor kleine niet-residentiële eenheden voor de bakker.

Woning met een deel bestemd voor een niet-residentiële activiteit
  • Een woning wordt te huur aangeboden. In een woning is een praktijkruimte aanwezig. Er is geen rechtstreekse toegang tussen het woongedeelte en de praktijkruimte. Een gemeenschappelijke inkomhal biedt echter toegang tot enerzijds de praktijkruimte van een kinesist (met eigen toilet) en anderzijds tot het woongedeelte van de woning.
def-wooneenheid-praktijk

De woning en de praktijkruimte (< 500 m²) beschikken dus over een eigen afsluitbare toegang.

Er zijn dus 2 eenheden aanwezig met elk een gebouweenheid-ID: een wooneenheid en een kleine niet-residentiële eenheid.

Er worden dan ook 2 EPC's opgesteld: een EPC residentieel en een EPC voor kleine niet-residentiële eenheden.

Als er echter voldaan is aan de integratievoorwaarden (zie inspectieprotocol I.3.4), mogen beide eenheden geïntegreerd worden in één EPC:

  • ze worden samen verkocht of verhuurd --> ja
  • er is een rechtstreekse toegang tussen beide eenheden --> nee
  • de kleinste eenheid heeft een beschermd volume kleiner dan 800 m³ --> ja

Er is niet voldaan aan alle integratievoorwaarden. Er moeten bijgevolg 2 EPC's opgesteld worden: een EPC residentieel voor het woongedeelte en een EPC voor kleine niet-residentiële eenheden voor de praktijkruimte.