Een minimaal energielabel behalen

De renovatieverplichting vanaf 1 januari 2022 is een eerste stap richting goede energieprestatielabels (EPC) voor alle niet-residentiële gebouwen. 

Voor het verder energetisch renoveren van het niet-residentiële gebouwenpark, gaan we voor keuzevrijheid, in de plaats van het minimaal maatregelenpakket verder uit te breiden of te verstrengen. Dat doen we door te streven naar een minimaal energielabel, aanvullend op het minimaal maatregelenpakket.

U zal op die manier zelf kunnen kiezen welke maatregelen het meest kostenefficiënt of best passend zijn bij de energetische renovatie van uw pand. Niet-residentiële gebouwen hebben immers uiteenlopende kenmerken en kennen een sterk verschillend gebruik. Niet alle isolatiemaatregelen of installatietechnieken zijn daarom even efficiënt voor alle niet-residentiële gebouwen. 

We maken ook een onderscheid tussen de grote en de kleine niet-residentiële gebouwen: een energielabel op maat. 

Kleine niet-residentiële gebouwen gaan voor energielabel C of beter 

Vanaf 1 januari 2022 zult u binnen de vijf jaar na de overdracht (zoals aankoop) van een klein niet-residentieel gebouw (kleiner dan 500 m²), aanvullend op het minimaal maatregelenpakket, ook een energielabel C of beter moeten behalen. 

De toekomst van grote niet-residentiële gebouwen is koolstofneutraal

Grote niet-residentiële gebouwen zullen vanaf 1 januari 2023 binnen de vijf jaar na de overdracht, over een minimaal aandeel hernieuwbare energie van 5% moeten beschikken, aanvullend op het voldoen aan het minimaal maatregelenpakket. Later wordt dit minimaal aandeel hernieuwbare energie vertaald naar een minimum label. 

Uitzondering voor erfgoed en monumenten

Niet-residentiële gebouwen (zowel kleine als grote) die geklasseerd zijn als beschermd monument, deel uitmaken van een beschermd cultuurhistorisch landschap, stads- of dorpsgezicht, of voorkomen op de inventaris van bouwkundig erfgoed worden vrijgesteld van de eis op het minimaal te behalen label en het minimaal aandeel hernieuwbare energie
Gebouwen in deze situaties beschikken namelijk over te weinig flexibiliteit om ingrepen uit te voeren die toestaan het minimaal label of minimaal aandeel hernieuwbare energie te bereiken.