Verplicht energielabel voor grote niet-residentiële gebouwen

IN VOORBEREIDING

De Vlaamse Regering plant een verplicht energielabel voor alle  grote niet-residentiële gebouwen tegen 2025.
Op vrijdag 7 mei werd dit voorstel principieel goedgekeurd.  Nu start de adviesronde met het oog op een definitieve goedkeuring over enkele maanden.

De onderstaande teksten zijn dus nog niet definitief.

Een koolstofneutrale toekomst voor niet-residentiële gebouwen, hoe pakken we dat concreet aan?

De drie stappen die we zetten in 2023, 2025 en 2030 schematisch voorgesteld.Vanaf 1 januari 2023 wordt een EPC bij verkoop en verhuur voor grote niet-residentiële gebouwen verplicht (= EPC-NR). Op het EPC geeft het energielabel de energieprestatie van het gebouw weer, op een schaal van rood (slecht) naar groen (goed).

Vanaf 1 januari 2025 gaan we nog een stapje verder: voor ieder groot niet-residentieel gebouw zal het verplicht zijn om over zo een EPC met energielabel te beschikken, ook zonder overdracht of zonder dat het pand verhuurd wordt. 

Vanaf 2030 zal er een minimumlabel aan gekoppeld worden.

Het EPC-NR wordt een begeleidingstool voor de renovatie richting de langetermijndoelstelling. 

Het EPC-NR wordt meer dan een klassieke certificatietool.

Een EPC geeft een objectieve beoordeling van de energieprestatie van een gebouw. Het EPC-NR zal daarnaast, en vooral, een begeleidingstool zijn, in het renovatietraject van een niet-residentieel gebouw naar de langetermijndoelstelling.  

Gaandeweg, richting 2050, zal het minimumlabel waaraan grote niet-residentiële gebouwen moeten beantwoorden, immers stap voor stap verscherpen richting koolstofneutraal.

Een EPC met twee complementaire indicatoren

De beoordeling van de gebouwprestatie en de energie-efficiëntie van de installatie zal gebeuren op basis van een berekende energiescore (kWhprim/m².a).

Deze parameter zal worden aangevuld met het werkelijk gemeten aandeel hernieuwbare energie, dat meteen ook de basis zal worden van het energieprestatielabel. Deze parameter legt immers, in tegenstelling tot de berekende energiescore, een directe link met de langetermijndoelstelling

1.    Label op basis van gemeten aandeel hernieuwbare energie

Aan het gemeten aandeel hernieuwbare energie zullen minimale prestatie-eisen opgelegd worden. Dit aandeel wordt bepaald als de verhouding van de totale gebruikte hernieuwbare energie tot het totale energieverbruik.

Een label gebaseerd op het aandeel hernieuwbare energie heeft de volgende voordelen:

  • Het energieprestatielabel richt zich op het behalen van de langetermijndoelstelling en geeft een goede indicatie van de afstand van het gebouw tot de lange termijndoelstelling . Door de keuze van een energieprestatielabel op basis van een gemeten aandeel hernieuwbare energie, kan efficiënter gestuurd worden naar koolstofneutraliteit.
  • Omdat het energieprestatielabel gebaseerd is op metingen van het werkelijke energiegebruik, garandeert een goed label dat het gebouw ook werkelijk goed presteert of minstens het potentieel hiervoor heeft. Bij een theoretisch label is dat niet noodzakelijk het geval.
  • Door de grote verscheidenheid aan niet-residentiële gebouwen is het moeilijk om een algemene waardering te geven aan energiebesparende maatregelen. Het EPC-NR houdt daar rekening mee: het beoordeelt de gebruikte hoeveelheid hernieuwbare energie ten opzichte van het totale energieverbruik. Een verbetering van de prestatie zal dus kunnen door zowel meer in te zetten op  hernieuwbare energie als door het algemeen energieverbruik te laten dalen (bv. door in te zetten op energie-efficiëntie van gebouwschil en installaties). De bouwheer is vrij om maatregelen te selecteren die optimaal zijn voor zijn gebouw. Hierdoor is deze aanpak beter afgestemd op de diversiteit van niet-residentiële gebouwen.
  • Deze aanpak kan de productie van groene warmte stimuleren: de gebruikte warmte kan enkel gecompenseerd worden met groene warmte (en dus niet door groene stroom).
  • Het label is communicatief eenvoudig en begrijpbaar.

Merk op: het minimumaandeel hernieuwbare energie voor het EPC-NR is niet zomaar vergelijkbaar met het minimumaandeel hernieuwbare energie dat geldt voor nieuwbouw sinds 2014. Bij EPC-NR zal het hernieuwbaar aandeel bepaald worden op basis van een meting van de volledige energiestroom; bij nieuwbouw gaat het om een berekend aandeel. 

2.    Vereenvoudigd berekende energiescore (kWhprim/m².a)


In lijn met de andere EPC’s (voor woongebouwen), wordt voor het EPC-NR ook een energiescore berekend. Het aandeel hernieuwbare energie doet immers geen uitspraak over de energie-efficiëntie van het gebouw op zich. Daarom blijft een EPC-kengetal als secundaire indicator nodig. 

De energiescore geeft een objectieve indicatie van de energieprestatie van gebouw(eenheid) en zijn installaties voor verwarming, koeling, SWW, verlichting, bevochtiging en ventilatie. De impact van zonne-energiesystemen wordt niet in rekening gebracht, omdat die gevalideerd worden in het aandeel hernieuwbare energie. 

De energiescore is voor het EPC-NR louter informatief en sensibiliserend. Het vormt geen basis voor een eis of verplichting en heeft niet de bedoeling om werkelijke energiegebruiken tot bij benadering te gaan berekenen. 

De energiescore heeft de volgende voordelen:

  • In het geval van een EPC-NR volstaat een grove berekening, zodat de inspanning van de energiedeskundige beperkt wordt gehouden dan bij een gedetailleerde rekenmethode. Door geen strikte eisen op te leggen op de energiescore, maar op het aandeel hernieuwbare energie is een sterk vereenvoudigde rekenmethode mogelijk. Dit leidt tot een kosteneffectieve tool
  • De berekening van de energiescore geeft de gebruiker inzicht in de kwaliteit van zijn gebouw. Het legt de knelpunten van de energie-efficiëntie van het gebouw bloot:“Wat is goed? Wat kan beter? Wat moet anders?”. De energiescore vormt daardoor ook de basis voor een eenvoudig renovatieadvies voor de  energetische renovatie van de schil en de installaties.
  • Met dit kengetal is de gebouwgebruiker in staat de energieprestatie van de gebouw(eenheid) op een eenvoudige manier te vergelijken met soortgelijke gebouwen of met een referentie. 

Merk op: net zoals bij het aandeel hernieuwbare energie zal de energiescore uit het EPC-NR niet zomaar vergelijkbaar zijn met het resultaat uit een EPB-berekening voor nieuwbouw.:

  • bij het EPC-NR worden de energie-efficiëntie en het aandeel hernieuwbare energie via 2 aparte parameters beoordeeld;
  • bij nieuwbouw drukken we de energie-efficiëntie van een ontwerp uit via één E-peil, waarin we het totaalconcept (gebouwschil, installaties én zonne-energiesystemen) inclusief het aandeel hernieuwbare energie opnemen.