Procedure en beoordeling

  1. Tijdens een openstaande call dient de aanvrager een principeaanvraag
  2. Het VEKA onderzoekt de ontvankelijke principeaanvragen.
  3. Principeaanvragen die aan alle voorwaarden voldoen, worden gerangschikt volgens hun score. Deze score wordt op basis van twee elementen bepaald: kostenefficiëntie en de CO2-besparing van het project. Hoe dat precies gebeurt, leest u in: pdf bestandcall_groene_warmte_rangschikkingprojecten.pdf (52 kB)
  4. Projecten met een hogere totaalscore worden beter gerangschikt. Projecten met éénzelfde totaal steunpercentage worden gerangschikt op indientijdstip, waarbij een vroeger indientijdstip beter gerangschikt wordt.
  5. De best gerangschikte projecten worden gesteund tot het budget opgebruikt is.
  6. Het VEKA brengt de aanvrager op de hoogte van de principebeslissing.
  7. Projecten die geen steun krijgen toegekend omwille van een uitputting van het budget, kunnen bij de volgende call een nieuwe principeaanvraag indienen door de reeds ingediende principeaanvraag te herbevestigen, indien de gegevens nog actueel zijn. Het tijdstip waarop de eerste principeaanvraag ontvankelijk werd verklaard blijft behouden als indientijdstip.
  8. Eventueel uitbetaling van de eerste en tweede schijf.
  9. Na de bouw van de installatie stelt een geaccrediteerde keuringsinstantie een keuringsverslag op
  10. Nadat een volledig keuringsverslag is opgesteld, dient de aanvrager de "definitieve steunaanvraag" in via het elektronisch formulier.
  11. Het VEKA onderzoekt op basis van de "definitieve steunaanvraag" of de installatie as built afwijkt ten opzichte van de principebeslissing. Indien er een afwijking is, past het VEKA het toe te kennen bedrag aan. Het VEKA brengt de aanvrager op de hoogte van de definitieve beslissing tot toekenning van de steun.
  12. Uitbetaling van de steun.
  13. Jaarlijkse rapportering.

 

Volgende installaties verliezen het recht op steun:
 

  • installaties die niet binnen een jaar na de datum van de principebeslissing een bewijs van de start van de procedure tot het bekomen van een milieueffectrapport, een aanvraag tot het bekomen van een milieuvergunning of een aanvraag tot het bekomen van de stedenbouwkundige vergunning kunnen voorleggen. Deze termijn kan verlengd worden door de minister op gemotiveerd verzoek;
  • installaties die niet binnen twee jaar na de datum van de principebeslissing en gedurende 10 jaar na de datum van ingebruikname beschikken over de vereiste milieuvergunningen of stedenbouwkundige vergunningen;
  • installaties die niet binnen de vier jaar na de datum van de principebeslissing in gebruik worden genomen (voor grootschalige warmtenetten kan een andere termijn worden afgesproken).