Snelgids voor personeelsleden BKG-installaties

Onderstaande snelgids bevat een beknopt overzicht van de verschillende verplichtingen waaraan een BKG installatie (een ‘broeikasgasinstallatie’ of installatie die onder het EU ETS valt) moet voldoen en de verschillende stappen die de exploitant daartoe moet nemen. Per verplichting wordt doorverwezen naar de verschillende pagina’s op deze website voor verdere, meer gedetailleerde uitleg.

Deze snelgids is voornamelijk geschreven voor:

  1. Personeelsleden van installaties die nieuw zijn onder het EU ETS
  2. Personeelsleden van ETS installaties die nog niet vertrouwd zijn met het ETS systeem (bv. nieuwe personeelsleden) 

Naast het raadplegen van deze website worden personeelsleden van BKG installaties ook ten sterkste aan om zich in te schrijven op de ETS nieuwsbrief

Taakverdeling EU ETS in Vlaanderen

Het Vlaamse Energie- en Klimaatagentschap is aangeduid als bevoegde autoriteit i.k.v. het EU ETS binnen Vlaanderen. In geval van vragen neemt u in eerste instantie best contact op met het Team ETS van het VEKA via emissierechten@vlaanderen.be of 02 553 23 27.

Het VEKA laat zich voor de uitvoering van haar taken i.k.v. het EU ETS voor de technische aspecten ondersteunen door het Verificatiebureau Benchmarking Vlaanderen (VBBV). Zie ook verder in deze snelgids voor meer info over de rolverdeling per thema. Het VBBV kan gecontacteerd worden via vbbv@vbbv.be

Toepassingsgebied EU ETS

Een installatie valt onder het EU ETS  zodra deze een activiteit uitvoert die is opgenomen in Bijlage 1 bij de EU ETS-richtlijn (2003/87/EG) (43 kB). De Europese Commissie heeft ook verdere richtsnoeren (114 kB) opgesteld over hoe deze bijlage geïnterpreteerd moet worden.

Zodra een installatie één van deze activiteiten uitvoert, valt hij onder het EU ETS en gelden onderstaande verplichtingen. 

Overzicht verplichtingen

Broeikasgasvergunning

In de EU moet elke BKG-installatie beschikken over een broeikasgasvergunning. In  Vlaanderen is de broeikasgasvergunning geïntegreerd in de Omgevingsvergunning: voor elke activiteit opgenomen in Bijlage I bij de ETS richtlijn bestaat er een overeenkomstige Y-rubriek.  Een ETS installatie moet zich dus via zijn Omgevingsvergunning laten vergunnen voor alle relevante Y-rubrieken. 

Bij de aanvraag van een nieuwe Y-rubriek moet de exploitant een monitoringplan toevoegen dat vooraf is goedgekeurd door het VEKA. Nieuwe ETS installaties moeten dus eerst een monitoringplan opstellen en voorleggen ter goedkeuring vooraleer ze (een aanpassing van) hun Omgevingsvergunning aanvragen (zie ook volgend punt). 

Monitoringplan emissies en verbeteringsverslag

Elke installatie onder het EU ETS moet steeds beschikken over een goedgekeurd en geactualiseerd monitoringplan (MP). Dit monitoringplan beschrijft hoe de exploitant de broeikasgasemissies in de installatie zal meten/berekenen, en moet te allen tijde overeenkomen met de situatie in de installatie. Daartoe wordt gewerkt met een systeem van significante en niet-significante wijzigingen.  
Installaties moeten steeds nagaan of hun monitoringsmethodiek nog verbeterd kan worden. Om dit principe om te zetten in de praktijk, moet er op bepaalde tijdstippen en onder bepaalde voorwaarden een verbeteringsverslag ingediend worden. 

Rapportering en verificatie van emissies

Elke ETS exploitant moet zijn emissies monitoren o.b.v. het goedgekeurde monitoringplan. Na elk kalenderjaar moeten de emissies zoals gemeten en berekend o.b.v. dit monitoringplan worden gerapporteerd aan het VEKA via een emissiejaarrapport. De deadline hiervoor is steeds 14 maart van het jaar X+1. 

Het emissiesjaarrapport moet vooraf worden geverifieerd door een geaccrediteerde en onafhankelijke verificateur. Deze verificateur zal nagaan of de methodologie zoals opgenomen in het goedgekeurde monitoringplan correct is toegepast en of alle data in het emissiejaarrapport correct en accuraat is. Na verificatie zal de verificateur een verificatieverslag afleveren, dat samen met het emissiejaarrapport moet ingediend worden Het verificatieverslag moet samen met het emissiejaarrapport ingediend worden bij het VEKA.

Inlevering van emissierechten

Na de jaarlijkse rapportering (en goedkeuring) van broeikasgasemissies moet elke installatie voldoende emissierechten inleveren om zijn emissies af te dekken (1 emissierecht per ton CO2eq.). De inlevering moet ten laatste op 30 april van elk jaar uitgevoerd worden.

Als een installatie tegen 30 april onvoldoende emissierechten heeft ingeleverd, voorziet de Europese wetgeving een boete van 100,-  euro per niet-ingeleverd emissierecht. Deze boete ontslaat de installatie ook niet van deze verplichting: de installatie dient de emissierechten alsnog in te dienen tegen 30 april van het jaar er op (of er wordt opnieuw een boete van 100,- euro per niet-ingeleverd emissierecht opgelegd).  Bovendien wordt de naam van de installatie gepubliceerd op deze website.

Exploitanttegoedrekening

Elke installatie onder het EU ETS moet beschikken over een exploitanttegoedrekening in het Europese broeikasgasregister. Via deze rekening kunnen emissierechten ontvangen, verhandeld en ingeleverd worden. Het broeikasgasregister wordt voor België beheerd door de Dienst Klimaat van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Zodra een installatie onder het EU ETS valt, stuurt de Vlaamse bevoegde autoriteit een verzoek naar deze registeradministrateur om een exploitanttegoedrekening te openen. De federale registeradministrateur neemt vervolgens contact op met de exploitant om de verdere stappen te overlopen.

Verplichtingen in context van de toewijzing van emissierechten

In sommige gevallen kan een installatie in aanmerking komen voor een kosteloze toewijzing van emissierechten. In de praktijk komt het er op neer dat de meeste industriële installaties een toewijzing kunnen aanvragen, voor elektriciteitsproducenten kan slechts uitzonderlijk een toewijzing verleend worden (bv. bij sommige WKKs). De toewijzing voor elk jaar wordt op 28 februari van dat jaar gestort op de exploitanttegoedrekening

Installaties die een kosteloze toewijzing ontvangen, moeten verplicht bepaalde gegevens bewaken en in sommige gevallen rapporteren aan de bevoegde autoriteit. Op basis van deze gegevens kan de toewijzing naar verloop van tijd aangepast worden (naar boven of naar beneden). De regels hierrond verschillen tussen de fase 2013-2020 enerzijds en 2021-2030 anderzijds.

Stopzettingen en nieuwkomers

Bij het stopzetten of opstarten van een (sub-)installatie moeten een aantal stappen doorlopen worden. Lees hier alles over in onderstaand document.

Lees ook

Contacteer ons
Team ETS