Uitstoot broeikasgassen in Vlaanderen licht gedaald

  • 26 maart 2021

De totale uitstoot van broeikasgassen in Vlaanderen is in 2019 t.o.v. 2018 met 1,7% gedaald. Dat blijkt uit de cijfers die de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) vorige week bekend maakte. 

Daling van de broeikasgasuitstoot in Vlaanderen
Jaarlijks wordt met een jaartje vertraging gerapporteerd over de totale uitstoot van broeikasgasemissies in Vlaanderen. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen broeikasgasemissies uit ETS-sectoren en niet-ETS-sectoren. Sinds 2005 loopt namelijk het Europees Emissiehandelssysteem (ETS). Dit omvat een belangrijk deel van de broeikasgasemissies van de elektriciteitssector en de energie-intensieve industrie. Niet-ETS emissies vallen niet onder het Europees emissiehandelssysteem én zijn voornamelijk afkomstig uit de sectoren transport, gebouwen, landbouw, afval en enkele onderdelen van de sectoren industrie en energie. Vlaanderen en België hebben conform de Europese regelgeving enkel reductiedoelstellingen voor niet ETS emissies. Tussen 2018 en 2019 daalde de totale broeikasgasuitstoot in Vlaanderen met 1,7% of omgerekend 1,3 Mton CO2-equivalenten. Deze daling ligt voornamelijk in de niet-ETS sectoren, aangezien de emissies in de ETS sectoren nagenoeg stabiel bleven.

Vlaamse doelstellingen voor de niet-ETS emissies
Tegen 2020 en 2030 moeten de broeikasgasemissies uit de niet-ETS sectoren in Vlaanderen dalen met respectievelijk 15,7%  en 35% t.o.v. 2005. De afgelopen jaren is er weinig structurele vooruitgang geboekt (Figuur 1). De niet-ETS uitstoot van broeikasgassen in Vlaanderen daalde van 46,7 Mton CO2-eq in 2005 tot 44,2 Mton CO2-eq in 2019. Dit betekent een daling tussen 2005 en 2019 met 5,4% of een gemiddelde jaarlijkse daling met 0,4%.  

Op basis van voorlopige inschattingen voor 2020 in het meest recente vooruitgangsrapport wordt verwacht dat de doelstelling in 2020 ook niet zal worden gehaald ondanks de impact van de coronacrisis (in het bijzonder op de emissies in de transportsector). Gecumuleerd over de hele periode 2013-2020 werd in dit voortgangsrapport op de niet-ETS balans een tekort ingeschat van 4,7 Mton CO2-eq. In het eerstvolgende voortgangsrapport dat in 2021 zal worden voorgesteld, zal deze inschatting worden bijgesteld op basis van meer recente gegevens voor 2020.
 

figuur 1 emissie en doelstellingen 2005 tot 2019

Figuur 1. Emissie en doelstellingen 2005-2019

 

Evolutie niet-ETS emissies 
In 2019 zorgden de sectoren transport (36%) en gebouwen (28%) voor de grootste bijdrage aan de totale niet-ETS broeikasgasemissies in Vlaanderen (Figuur 2). De sectoren landbouw en niet-ETS industrie hebben een aandeel in de niet-ETS emissies van respectievelijk 16% en 15%. Het aandeel van de sector afval blijft beperkt tot 5%.

figuur 2 aandelen niet-ETS sectoren 2019.

Figuur 2. Aandelen niet-ETS sectoren 2019

 

Hieronder wordt beknopt de evolutie tussen 2005 en 2019 besproken per niet-ETS sector. Een meer gedetailleerde analyse wordt opgenomen in het eerstvolgende voortgangsrapport.

In de sector gebouwen wordt een emissiedaling van 22% vastgesteld tussen 2005 en 2019. De dalende trend kan worden verklaard door de daling van de energievraag voor verwarming (door isolatiemaatregelen) én door de omschakeling van brandstoffen met een hoge koolstofinhoud (zoals stookolie en steenkool) naar brandstoffen met een lagere koolstofinhoud (zoals aardgas) en in mindere mate naar hernieuwbare energiebronnen zoals hout, warmtepompen en zonneboilers.

De reductie van de methaanemissies met 56% in de periode 2005-2019 is de belangrijkste oorzaak voor de emissiereductie in de afvalsector. De opvang en behandeling van stortgas, die sinds 1995 verplicht is, is hiervoor de voornaamste verklaring. 

Tussen 2005 en 2019 treedt een stabilisatie op in de sectoren landbouw (+1%) en transport (-1%). Ondanks de verhoogde brandstofefficiëntie van voertuigen, de introductie van alternatieve technologieën en een stijgend gebruik van biobrandstoffen, daalt de emissie van broeikasgassen in de transportsector nog steeds niet omwille van verder toegenomen transportvolumes. 

Sinds 2005 is er geen structurele daling van de totale broeikasgasemissies in de landbouwsector meer. De verdere reductie van methaan en lachgas, samen goed voor 73% van de landbouwemissies, blijft een grote uitdaging voor de Vlaamse landbouwsector. Zowel methaan als lachgas worden geproduceerd tijdens de productie, opslag en aanwending van mest en zijn onder meer verbonden met de omvang en aard van de veestapel en technieken die de verteringsprocessen beïnvloeden.

In de sector niet-ETS industrie wordt een emissietoename van 31% vastgesteld. Deze tendens kunnen we verklaren door een toename in het gebruik van F-gassen in koelinstallaties. De uitstoot van F-gassen zal de komende jaren echter sterk dalen dankzij Europese regelgeving en concrete acties uit het Vlaams Energie- en Klimaatplan 2021-2030, zoals de ‘Green Deal Klimaatvriendelijke koeling’ die onlangs werd ondertekend. 

 

Meer informatie vindt u op de website van de Vlaamse Milieumaatschappij en het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap.

Published on: 
06-04-2021