Welke gebouwen hebben een EPC voor kleine niet-residentiële eenheden nodig bij verkoop of verhuur?

De voorwaarden in detail bekeken:

Een EPC per gebouweenheid

Er wordt een EPC opgesteld per gebouweenheid.

De werkwijze vindt u in

De bestemming van uw gebouw(eenheid)

Het gaat over gebouwen en gebouweenheden waar niet wordt gewoond, zoals kantoren, handelsruimtes, horeca, logeerfuncties en andere bestemmingen.

De volgende gebouwen of gebouweenheden vallen niet onder een niet-residentiële bestemming:

  • Industriële en religieuze gebouwen (bijvoorbeeld productiehallen),
  • Alleenstaande niet-residentiële gebouwen met een bruikbare vloeroppervlakte tot 50 m²,
  • Serres, stallen en niet voor bewoning bestemde gebouwen van een landbouwbedrijf,
  • Werkplaatsen.

Raadpleeg de volledige lijst met uitzonderingen.

Er wordt steeds gekeken naar de feitelijke toestand. Bijvoorbeeld: een appartement dat gebruikt wordt als boekhoudkantoor en een bruikbare vloeroppervlakte heeft van maximaal 500 m², wordt gezien als een kleine niet-residentiële eenheid.

Wat een (kleine niet-residentiële) gebouweenheid is, leest in het document

Kleine of grote niet-residentiële eenheid?

Het EPC voor kleine niet-residentiële eenheden is bedoeld voor niet-residentiële gebouwen of gebouweenheden die vaak voorkomen met een woonst of in een residentieel gebouw zijn gehuisvest, zoals een kantoor, handelszaak, kinesistenpraktijk, apotheek, bakker, horecazaak, B&B,… 

Het gaat over kleine eenheden.

Kleine eenheden die zich in een groot niet-residentieel gebouw bevinden, zoals een winkel in een winkelcentrum, behoren echter niet tot de doelgroep.  Bij deze grotere gebouwen kunnen de opbouw, de installaties en gebruikte (bouw)technieken immers complex en uniek zijn, wat een andere aanpak en rekenmethodiek vraagt.*

  • Om deze reden mag het aaneengesloten niet-residentiële geheel waar de te verkopen of te verhuren eenheid deel van uitmaakt, niet groter zijn dan 1000 m².
  • Ook mag er geen andere niet-residentiële eenheid aanwezig zijn die groter is dan 500 m².

Wanneer de eenheid groter is dan 500 m², of het aaneengesloten niet-residentiële geheel groter is dan 1000 m², of er is een niet-residentiële eenheid aanwezig groter dan 500 m², dan gaat het niet langer om een kleine niet-residentiële eenheid en wordt er bijgevolg geen EPC voor kleine niet-residentiële eenheden opgemaakt bij verkoop of verhuur.

*Het EPC voor grote niet-residentiële gebouwen zal vanaf 2023 verplicht worden.

Bepaling van het aaneengesloten niet-residentiële geheel

Vaak is het aaneengesloten niet-residentiële geheel eenvoudig te bepalen:

  • Wanneer de eenheid die te koop of te huur gesteld wordt de enige niet-residentiële eenheid is in het gebouw, moet het aaneengesloten deel niet bepaald worden. Het is dan voldoende om na te gaan of de bruikbare vloeroppervlakte van niet-residentiële eenheid waarvoor een EPC wordt opgemaakt maximaal 500 m² bedraagt. Bijvoorbeeld, een krantenwinkel op het gelijkvloers van een appartementgebouw.
  •  Wanneer de eenheid die te koop of te huur gesteld wordt deel uitmaakt van een gebouw dat volledig niet-residentieel is, dan is het aaneengesloten niet-residentiële geheel gelijk aan de totale bruikbare vloeroppervlakte van het volledige gebouw. Bijvoorbeeld, een broodjeszaak op het gelijkvloers van een kantoorgebouw. Er moet wel nog worden nagegaan of er geen niet-residentiële eenheden aanwezig zijn groter dan 500 m².

Als er in het gebouw zowel residentiële als niet-residentiële eenheden aanwezig zijn, wordt er gekeken naar de gezamenlijke bruikbare vloeroppervlakte van de aaneengesloten niet-residentiële gebouwdelen. Deze mag niet groter zijn dan 1000 m² en mag geen niet-residentiële eenheid bevatten die groter is dan 500 m².

Raadpleeg uw energiedeskundige type A om een vooronderzoek te laten uitvoeren. Het vooronderzoek kan uitwijzen dat er geen EPC voor kleine niet-residentiële eenheden moet opgemaakt worden, omdat het bijvoorbeeld een grote niet-residentiële eenheid betreft, waarvoor pas in 2023 een EPC zal kunnen opgemaakt worden. Maak dus samen duidelijke afspraken over het vooronderzoek.

Voorbeeld:

Een kledingwinkel in een winkelstraat met een bruikbare vloeroppervlakte van 90 m² heeft een EPC voor kleine niet-residentiële gebouwen nodig van zodra het te koop of te huur wordt gesteld. Zie foto linksonder.

Een kledingwinkel van 90 m² in een groot winkelcentrum valt niet onder het EPC voor kleine niet-residentiële gebouwen, omdat het winkelcentrum een bruikbare vloeroppervlakte heeft die groter is dan 1000 m². Zie foto rechtsonder.

 

voorbeeld wat is een kNR
Published on: 
24-01-2022